Pak een kleurplaat waar een gezicht of handen op staan, bijvoorbeeld uit de Mensen Kleurplaten, en leg je potloden klaar. Begin niet met één kleur, maar met drie: een lichte basis, een warme middenkleur en een koele donkere kleur. Je hebt waarschijnlijk al meer in huis dan je denkt. Kijk naar je eigen onderarm: die is zelden één egale kleur. Er zitten roze, gele of olijfachtige zweem in. Dat ga je namaken.

Basistoon: begin licht en bouw op

Kies een basiskleur die dicht bij de huid van je figuur ligt, maar altijd iets lichter dan je denkt. Je kunt namelijk altijd donkerder maken, maar lichter wordt lastig. Bij twijfel: pak een tint die je normaal overslaat. Die lichtere basis is je onderlaag, niet het eindresultaat.

  • Kleur met een lichte hand en cirkelvormige bewegingen, niet heen en weer vegen.
  • Druk niet hard; je wilt de nerf van het papier nog zien.
  • Bedek het hele gezicht of de hele arm met deze basiskleur.
  • Kies voor een potlood met zachte pigmenten, die laten zich makkelijker mengen.

Warm of koel? Ondertonen herkennen

Elke huid heeft een ondertoon: warm (geel, goud, perzik), koel (roze, blauw, olijf) of neutraal. Kijk naar de binnenkant van je pols. Zijn je aderen groenachtig? Dan heb je een warme ondertoon. Blauwachtig? Dan koel. Dat zelfde trucje pas je toe op je kleurplaat, maar dan bedenk je het voor het personage.

  • Warme huid: gebruik een gele of gouden basis, geen oranje.
  • Koele huid: gebruik een roze of lichtbruine basis, geen grijze.
  • Olijfkleurige huid: meng een klein beetje groen of grijs door je basiskleur.
  • Test altijd even op een kladje of op de rand van je kleurplaat.

Gelaagdheid: perzik, bruin, oker en roze

Nu komt het echte werk. Je bouwt de huid op in laagjes, van licht naar donker. Gebruik perzik voor een warme gloed, bruin voor de schaduwen, oker voor een zonnige tint en roze voor de wangen, neus en lippen. Niet alles op één plek, maar verspreid over het gezicht.

  • Begin met perzik op de wangen, het voorhoofd en de kin.
  • Voeg oker toe op de plekken waar de zon van nature komt: de neusbrug, de bovenkant van de wangen, de kin.
  • Gebruik bruin voor de contouren van het gezicht, de hals en onder het haar.
  • Breng roze aan op de wangen, de lippen en eventueel de oogleden.
  • Laat elke laag goed in het papier trekken voordat je de volgende aanbrengt.

Schaduwen met complementaire kleuren

Dit is de stap die veel mensen overslaan, maar die het verschil maakt. Schaduwen zijn geen donkerdere versie van de huidkleur; ze hebben een andere tint. Gebruik een complementaire kleur: tegenover geel staat paars, tegenover roze staat groen. Een klein beetje paars of blauwgrijs in de schaduwen maakt de huid levensecht.

  • Meng een heel klein beetje paars of donkerblauw door je bruine schaduwkleur.
  • Breng dit aan onder de kin, langs de neus, onder de wenkbrauwen en in de ooghoeken.
  • Gebruik een groenachtige tint voor schaduwen op een warme huid, bijvoorbeeld onder de neus of bij de ogen.
  • Werk altijd van licht naar donker; je kunt niet van donker naar licht.
  • Veeg met een tissue of een blending stump de overgangen zacht.

Eén potlood? Niet doen

Er bestaat niet zoiets als één potlood voor alle huidskleuren. Zelfs binnen één gezicht zitten meerdere tinten. Een huid is geen vlakke kleur, maar een verzameling van lichte en donkere plekken. Als je maar één potlood gebruikt, krijg je een vlak, dof gezicht. Dat wil je niet.

  • Gebruik altijd minimaal drie kleuren per huid.
  • Wissel af per persoon op je kleurplaat: de een is warmer, de ander koeler.
  • Gebruik wit of een heel lichte kleur om highlights te zetten, bijvoorbeeld op de neuspunt en de bovenkant van de wangen.
  • Gebruik een donkerbruine of grijze kleur voor de allerdonkerste schaduwen, zoals onder de kaaklijn.

Diversiteit: elke huid is mooi

De kracht van kleurpotlood is dat je elke huidskleur kunt maken. Van heel licht porselein tot diep donkerbruin. Kijk naar de mensen om je heen, of naar foto's op internet. Er is niet één 'huidskleur'. Door te variëren met je basiskleur en ondertonen respecteer je die diversiteit.

  • Gebruik voor een donkere huid een basis van donkerbruin, mahonie of aubergine, en werk met lichtere highlights.
  • Gebruik voor een lichte huid een basis van ivoor of perzik, en werk met roze en lila schaduwen.
  • Meng voor een medium huid oker, goudbruin en een vleugje rood.
  • Oefen op een apart velletje voordat je aan je kleurplaat begint.

Aan de slag met jouw kleurplaat

Kies nu een kleurplaat die bij je past. Voor gezichten en figuren kun je het beste beginnen met de Mensen Kleurplaten. Wil je liever een sprookjesachtige huid, dan zijn de Prinsessen Kleurplaten een mooie uitdaging. Voor het oefenen van schaduwen op kleding of haar, maar niet op huid, kun je ook kijken bij de Beroepen Kleurplaten.

Zorg dat je kleurpotloden goed geslepen zijn en dat je een gummetje bij de hand hebt. Als je op een tablet werkt, lees dan eerst even hoe je digitaal kleurt op een tablet. En als je liever op papier werkt, check dan hoe je een kleurplaat goed afdrukt.

Neem de tijd. Een huid kleur je niet in één keer; dat doe je in laagjes. Zet een rustig muziekje op, of kleur samen met iemand. Voor een gezellig samenzijn met kinderen is een kleurfeestje voor kinderen organiseren ook een aanrader. En als je merkt dat je rustig wordt van dit werk, lees dan waarom kleuren rustgevend is voor volwassenen.

Blijf oefenen met verschillende combinaties. Elke huid is anders, en dat is juist het mooie. Pak je potloden, kies je kleuren en begin met de eerste laag. De rest volgt vanzelf.