Pak een kleurplaat die je al een tijdje bewaart en leg er drie blaadjes printpapier naast. Pak daarna je potlood, je stift en je wasco, en kleur op elk blaadje hetzelfde vlakje in. Je ziet meteen welk materiaal bij jou past: potlood geeft controle, stift geeft felle kleur, wasco geeft dekking. Voor de meeste volwassen kleurplaten is potlood de beste keuze, en voor jonge kinderen is wasco het meest praktisch.
| Materiaal | Sterkte | Zwakte | Leeftijd | Blending | Doordrukken | Kosten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Potlood | Precisie, laagjes, geen doordruk | Minder dekkend, punt slijpen | 8+ en volwassenen | Uitstekend | Nee | Gemiddeld |
| Stift | Felle kleur, glad resultaat | Doordrukken, geen correctie | 10+ en volwassenen | Matig, alleen nat-in-nat | Ja, vaak | Gemiddeld |
| Wasco | Dekt, stevig, makkelijk | Grove punt, geen fijne details | 2-7 jaar | Beperkt, smelt niet | Nee | Laag |
Potlood: de baas over precisie en laagjes
Potlood is het meest vergevingsgezinde materiaal dat je op een kleurplaat kunt leggen. Je bouwt kleur op in dunne laagjes, en elke laag blijft transparant, waardoor je diepte en schaduw kunt maken zonder dat het vlekkerig wordt. Dat is precies waarom volwassen kleurplaten met fijne lijnen en kleine vlakjes, zoals die onder het thema Fantasy Kleurplaten, het beste tot hun recht komen met potlood. Je kunt met potlood ook fouten corrigeren: een vlekje uitvegen met een gum en opnieuw beginnen, iets dat met stift of wasco onmogelijk is.
Het nadeel? Potlood vraagt oefening en een scherpe punt. Zonder punt kun je geen klein vlakje netjes vullen, en een bot potlood geeft een grove, ongelijke kleur. Je moet dus vaker slijpen, en dat levert afval op. Toch weegt dat niet op tegen de controle die je krijgt. Voor kleurplaten met veel overlappingen, zoals mandala’s of dierenvachten, is potlood de enige manier om echt subtiele overgangen te maken. Gebruik potlood ook op dikker printpapier, want bij dun papier kan de druk van je hand wel eens doordrukken, maar de kleur zelf niet.
Stift: felle kleur, maar geen genade
Stiften geven de meest verzadigde, vlakke kleur die je met de hand kunt krijgen. Je zet één lijn en die kleur is direct fel en egaal, zonder dat je hoeft te laagjeren. Voor kleurplaten met grote vlakken, zoals een lucht of een muur, is een stift daarom ideaal: je vult in één beweging een heel vlak. Maar stiften hebben een groot nadeel: ze bloeden door op dun papier. Zelfs met een stevig printvel zie je de kleur aan de achterkant, en als je dubbelzijdig print, is je tweede kleurplaat verpest. Je kunt dit oplossen door een kartonnen onderlegger te gebruiken en alleen enkelzijdig te printen, maar dat is omslachtig.
Daarnaast is er geen correctie mogelijk. Een foutje met een stift is blijvend, want de inkt trekt in het papier. Ook gaan stiften snel doordrukken op natte of vochtige handen, dus je moet oppassen dat je niet over je eigen lijnen veegt. Voor kinderen vanaf een jaar of tien die al strak binnen de lijnen kunnen blijven, zijn stiften prima, maar voor volwassenen die graag rustig kleuren en fouten willen herstellen, is het frustrerend. Als je toch graag met stiften werkt, kies dan een kleurplaat met dikke lijnen en weinig kleine details, zoals die onder Seizoenen & Feestdagen Kleurplaten. En print je kleurplaat dan op de dikste papierstand die je printer aankan, lees daarover de tips op Kleurplaat afdrukken: zo print je een kleurplaat goed.
Wasco: onverwoestbaar voor kleine handen
Wasco is het enige materiaal dat tegen een peuterhand kan. Het is dik, breekt niet snel, en de kleur dekt onmiddellijk, ook op dun papier, want de was blijft bovenop het papier liggen. Voor jonge kinderen is dat goud waard: ze hoeven geen druk te zetten en geen punt scherp te houden. Een peuter kan met een wasco gewoon een groot vlak vullen zonder dat het papier scheurt of dat de kleur doorbloedt. Daarom is wasco de beste keuze voor kinderen tot een jaar of zeven, zeker op de grove kleurplaten die je op Welke kleurplaten passen bij welke leeftijd? vindt.
Het nadeel is dat wasco te grof is voor fijne details. Je krijgt geen scherpe punt, en het lukt je niet om een klein vlakje van een halve centimeter netjes te vullen zonder buiten de lijn te gaan. Ook mengen is lastig: wasco laat zich niet goed vervagen, en als je twee kleuren over elkaar legt, zie je de onderste niet meer. Voor oudere kinderen en volwassenen is wasco daarom frustrerend, tenzij je expres een grove, expressionistische stijl wilt. Gebruik wasco dus vooral voor de allerkleinsten, en laat hen lekker experimenteren op Thema’s Kleurplaten met simpele vormen.
De winnaar voor volwassenen: potlood
Als je voor jezelf kleurt, wil je controle, rust en de mogelijkheid om fouten te herstellen. Potlood geeft je dat allemaal. Je kunt een kleurplaat urenlang bewerken, laagje voor laagje opbouwen, en als je een stukje overschildert, gum je het gewoon weg. Bovendien hoef je niet bang te zijn voor doordrukken, want potlood bevat geen vloeistof die in het papier trekt. Voor volwassenen die kleuren om te ontspannen, is potlood dan ook de enige juiste keuze. Het geeft je de tijd om na te denken over je kleurkeuze, en je kunt altijd stoppen en later verdergaan zonder dat je materiaal uitdroogt of kapotgaat.
Wil je weten waarom kleuren met potlood zo rustgevend is? Lees dan Waarom kleuren rustgevend is voor volwassenen. Voor wie liever digitaal kleurt, is een potlood overigens ook te simuleren op een tablet, maar dan mis je de echte textuur van het papier.
De winnaar voor jonge kinderen: wasco
Voor kinderen tot een jaar of zeven is wasco de enige logische keuze. Het is veilig, stevig en vergevingsgezind. Een kind kan met een wasco een heel blad vol krassen zonder dat het papier scheurt, en de kleuren blijven zichtbaar, ook als ze over elkaar heen gaan. Stiften zijn voor die leeftijd te kwetsbaar: ze lekken, de dop gaat verloren, en een kind van drie stopt een stift al snel in zijn mond. Wasco is ook gemakkelijk vast te houden, en je hoeft geen punt te slijpen, wat een hoop gedoe scheelt. Voor de allerkleinsten is er geen beter materiaal.
Wie moet het anders doen?
Kies jij voor stift, en merk je dat je kleurplaat doordrukt? Schakel dan over op potlood, of print je kleurplaat op dikker papier. Gebruik je wasco en wil je meer detail, maar vind je potlood te moeilijk voor je kind? Laat je kind dan eerst oefenen op een kleurplaat met dikke lijnen en weinig kleine vlakken, zoals die op Thema’s Kleurplaten. En als je merkt dat je als volwassene juist van stiften houdt, maar last hebt van doordrukken, overweeg dan om digitaal te kleuren op een tablet; daar lees je meer over op Kleurplaat digitaal inkleuren op een tablet. Voor leerkrachten die met een hele klas kleuren, is het verstandig om potloden en wasco’s te combineren: potloden voor wie al nauwkeurig kan werken, wasco voor de jongsten. Meer over het inzetten van kleurplaten in de klas lees je op Kleurplaten gebruiken in de klas.
Uiteindelijk is het materiaal dat het beste bij je past het materiaal dat jij fijn vindt vasthouden. Maar als je puur naar het resultaat kijkt, wint potlood voor volwassenen, en wasco voor kinderen. Kies je verstandig, en je kleurplaat wordt precies wat je ervan hoopt.