Pak een kleurplaat waar je nu mee bezig bent en kies één kant van waar het licht komt. Zet met een licht potlood een klein pijltje in de marge die de lichtrichting aangeeft. Dit pijltje is je anker; alles wat je daarna doet, hangt ervan af. Zonder zo'n vast punt wordt schaduwen een gokwerk en dat zie je direct aan het resultaat.

Eerst: kies één lichtbron

Bepaal vóór je begint waar het licht vandaan komt. Bovenlinks is de meest voorkomende keuze, maar bovenrechts of van opzij kan net zo goed. Het maakt niet uit welke richting je kiest, als je er maar consequent aan vasthoudt. Bij twijfel: hoe eenvoudiger de lichtrichting, hoe makkelijker het is om consistent te blijven. Werk je met meerdere lichtbronnen door elkaar, dan wordt de plaat rommelig en verliest hij diepte.

Drie waardes: licht, midden, donker

De kern van diepte is niet kleur, maar toonwaarde: hoe licht of donker een vlak is. Verdeel elke vorm in drie waardes: licht (het vlak dat naar de lichtbron toe wijst), midden (het vlak dat er schuin op staat) en donker (het vlak dat van het licht af wijst). Denk bij een bol bijvoorbeeld aan een lichte glans, een middentint en een donkere schaduwrand. Gebruik deze drie treden als uitgangspunt, en pas pas daarna kleur toe.

WaardeWat het doetWaar je het plaatst
LichtTrekt het oog aanDirect naar de lichtbron toe
MiddenGeeft vorm en kleurOveral waar het licht schuin valt
DonkerGeeft gewicht en diepteTegenover de lichtbron, aan de rand

De schaduw die de vorm maakt: cast shadow

Een slagschaduw is de donkere vlek die een voorwerp op de ondergrond werpt. Die schaduw is net zo belangrijk als de schaduw op het voorwerp zelf. Kijk naar de vorm van het object en teken de schaduw in de tegenovergestelde richting van je lichtpijl. Een bal op de grond krijgt zo een elliptische donkere vlek aan de onderkant, en een torenhoge paddenstoel uit de fantasy-sectie een lange, smalle schaduw die van hem af loopt. Hoe lager het licht, hoe langer de schaduw; hoe hoger het licht, hoe korter en breder.

Zelfde tint, donkerder maken of een andere kleur?

Je hebt twee manieren om donkerder te maken: met dezelfde kleur of met een donkerdere variant. Bij kleurpotlood werkt het het beste om eerst de lichte kleur overal neer te zetten en daarna de donkere tint alleen in de schaduwplekken te leggen. Gebruik je een donkerdere variant van dezelfde kleur (bijvoorbeeld donkerblauw over lichtblauw), dan blijft de kleur helder en levendig. Gebruik je zwart of donkergrijs, dan wordt het snel vies en dof. Zwart is alleen handig voor de allerdonkerste plek, zoals net onder een kin of in een hoekje. Wil je meer weten over het kleuren van huidtinten, lees dan de uitleg over huidskleuren inkleuren met kleurpotlood.

Arceren en kruisarceren

Arceren is het maken van schaduw met streepjes in plaats van vlakken. Zet de streepjes in de richting van de vorm of in de richting van de lichtstralen. Bij kruisarceren leg je er een tweede laag schuine streepjes overheen, in de tegenovergestelde richting. Zo krijg je meer diepte zonder dat je een nieuw potlood nodig hebt. Oefen op een kladje met drie waardes: arceer licht met dunne streepjes ver uit elkaar, midden met iets dichtere streepjes en donker met kruisende lagen. Deze techniek werkt bij uitstek op de gratis kleurplaten van de site, bijvoorbeeld bij de thema's met veel details.

Stap voor stap kruisarceren

  1. Bepaal de lichtrichting en zet een stipje in de donkerste hoek.
  2. Arceer de hele vorm met parallelle streepjes in één richting.
  3. Voeg een tweede laag toe in een hoek van 45 graden, alleen in de midden- en donkere delen.
  4. Voeg een derde laag toe in de tegenovergestelde richting voor de donkerste plekken.
  5. Laat de lichte delen vrij; die hoeven geen arcering te krijgen.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

De grootste fout is te vroeg donker worden. Bouw de schaduw langzaam op in laagjes; je kunt altijd nog donkerder maken, maar terugdraaien is lastig. Een tweede fout is het negeren van de lichtbron: als de ene kant van een appel donker is, moet de andere kant van dezelfde appel ook donker zijn. Een derde fout is het gebruik van zwart voor alle schaduwen; dat maakt de kleur dof. Kies liever een donkerdere variant van de kleur die je al gebruikt. Tot slot: vergeet de slagschaduw niet. Zelfs een subtiele donkere vlak onder een figuur geeft direct meer diepte. Let ook op het papier: op welk papier gebruiken voor kleurplaten staat waarom dikker papier beter tegen laagjes kan.

Wie dit anders moet aanpakken

Als je kleurplaat vooral uit grote vlakken bestaat zonder duidelijke vormen, zoals bij eenvoudige seizoensthema's, dan kun je beter niet met kruisarceren beginnen. Gebruik dan zachte, brede vlakken met potlood of wasco en oefen eerst met het maken van een egale middenkleur. Ook als je met stiften werkt, is het beter om niet te arceren; stiften laten geen streepjes toe, dus werk dan met vlakken en laat het wit voor de lichtste delen. Voor wie juist heel precies wil werken, zoals bij de fantasy kleurplaten met veel kleine onderdelen, is kruisarceren met een fijn puntig potlood de aanrader. En als je met kinderen kleurt, lees dan de tips over kleurplaten gebruiken in de klas of het organiseren van een kleurfeestje voor kinderen.

Oefenen op thema

De snelste manier om beter te worden in schaduwen is door gericht te oefenen op onderwerpen die veel vormen hebben. Kies een kleurplaat met een bol, een cilinder of een dier, en probeer op één onderdeel de drie waardes toe te passen. De thema-pagina's bieden genoeg variatie: van seizoensgebonden platen met simpele vormen tot gedetailleerde fantasy-scènes. Bekijk ook de kleurplaten per maand en feestdag voor seizoensgebonden onderwerpen die je direct kunt oefenen. Hoe meer je de techniek toepast op verschillende soorten lijnen en vlakken, hoe sneller je oog leert zien waar het donker moet. Uiteindelijk wordt het een automatisme: je kijkt naar een vorm en je weet meteen waar de schaduw hoort te vallen. Dat is het moment waarop kleuren niet meer alleen invullen is, maar echt een tekening wordt. Pak je potloden, kies een lichtpunt en begin met de simpelste vorm op je kleurplaat. Zet de eerste schaduw neer en kijk hoe de rest vanzelf volgt.