Pak een kleurplaat van de site, bijvoorbeeld een van de thema-pagina, en kijk eerst welke kleurspullen je al in de la hebt liggen. Dat bepaalt namelijk welk papier voor jou het prettigst print.
Gebruik standaard printpapier voor potlood en wasco, kies dikker papier voor stiften, en ga voor cardstock of aquarelpapier als je verf wilt gebruiken.
| Papiersoort | Gewicht (gangbare labels) | Geschikt voor | Bleed-through (doorslag) | Printbaar in gangbare printers? |
|---|---|---|---|---|
| Standaard copy-papier | 80–90 gsm / 20–24 lb | Kleurpotlood, wasco, sommige stiften (mits je een proefpagina maakt) | Ja, bij stiften en vloeibare inkt | Ja, altijd |
| Dikker printpapier | 100–120 gsm / 28–32 lb | Stiften, dunne viltstiften, potlood | Weinig, maar stiften kunnen nog doorkomen | Ja, mits het niet te stug is |
| Cardstock | 160–300 gsm / 90–110 lb | Stiften, gelpen, acrylverf (dun), wasco | Nee, bij normaal gebruik | Meestal ja, controleer de handleiding |
| Mixed-media / aquarelpapier | 200–300 gsm / 90–140 lb | Aquarel, ecoline, natte stiften, dikke acryl | Nee, maar papier kan bobbelen als het te nat wordt | Soms, alleen als het losse vellen zijn |
Waarom standaard copy-papier vaak goed genoeg is
Print een kleurplaat voor je kind of voor jezelf eerst op gewoon 80 grams papier. Dit papier is dun, maar voor droge materialen zoals potlood of wasco werkt het prima. Je bespaart jezelf een gang naar de winkel, en de kleurplaat blijft plat liggen. Gebruik dit papier vooral bij kleurplaten voor jonge kinderen, want die kleuren vaak hard en gebruiken dikke stiften die toch doordrukken.
Kleuters en peuters oefenen nog met druk en halen hun potlood vaak herhaaldelijk over dezelfde lijn. Daar is dun papier prima tegen bestand. Het nadeel zie je pas als iemand een viltstift gebruikt: de inkt trekt door naar de achterkant en soms door op de tafel. Leg dan een oud krantje of een stuk karton onder de kleurplaat.
Dikker printpapier: de gulden middenweg voor stiften
Als je voornamelijk met viltstiften of gelpennen kleurt, is papier van 120 tot 160 gsm een stuk aangenamer. Het voelt steviger aan, je kleurplaat wiebelt niet mee, en stiften lekken minder snel door. Veel kleurplaten van de site hebben fijne lijnen en kleine vlakjes; op dikker papier blijven die lijnen strak en scheurt het papier niet als je een keer te hard drukt.
Kies dit papier als je een kleurplaat wilt ophangen of in een map bewaart. Het is ook fijn als je met twee kanten wilt kleuren, al is dat bij de meeste kleurplaten niet nodig. Print wel eerst één proefpagina om te zien of je printer het papier goed oppakt. Sommige printers hebben moeite met papier dikker dan 150 gsm, vooral als het in de papierlade ligt.
Cardstock: voor stiften, gelpen en stevige randen
Cardstock is het papier dat je zoekt als je kleurplaat moet tegen een stootje kunnen. Denk aan een verjaardagskaart, een placemat of een kleurplaat die je omlijst. Met 200 tot 300 gsm is het stevig genoeg om stiften te weerstaan zonder dat je aan de achterkant iets ziet. Ook als je met wasco werkt en daarna een wit randje wilt krassen, blijft cardstock heel.
Let op: niet elke printer trekt cardstock van 250 gsm of dikker goed door. Kijk in de handleiding van je printer of hij een rechte papierdoorgang heeft. Sommige printers hebben een speciale achterklep voor stevig papier. Gebruik cardstock vooral voor kleurplaten met een feestelijk thema die je cadeau doet of ophangt.
Mixed-media en aquarelpapier: voor verf en natte technieken
Zodra je met waterverf, ecoline of natte stiften gaat werken, is gewoon papier kansloos. Het golft, scheurt of lost op. Kies dan voor aquarelpapier of mixed-media papier. Dit papier heeft een structuur die het water opneemt zonder direct te bobbelen. Je kunt het in losse vellen kopen, maar controleer of jouw printer er wel doorheen kan. Sommige printers hebben moeite met papier dikker dan 200 gsm, en aquarelpapier is vaak te dik om door de automatische documentinvoer te gaan.
Print je kleurplaat dan op de vlakke glasplaat van de scanner (als die er is), of haal het papier er handmatig doorheen. Gebruik dit papier als je een kleurplaat wilt inkleuren met aquarelpotlood of vloeibare aquarel. Het is ook de beste keuze voor kleurplaten voor volwassenen, omdat je daar vaak langere tijd aan werkt en het papier niet mag kromtrekken.
Wat je printer aankan: het echte probleem
Voordat je een heel pak dik papier koopt, test je eerst of je printer het trekt. De meeste printers kunnen papier van 80 tot 160 gsm aan via de lade. Alles daarboven wordt lastiger. Kijk naar de specificaties van je printer of probeer het gewoon met één vel. Een veelgemaakte fout is dat mensen een heel pak van 250 gsm kopen en er dan achter komen dat de printer het papier dubbel invoert of vastloopt.
Als je printer dik papier niet aankan, heb je twee opties. Je kunt je kleurplaat op gewoon papier afdrukken en daarna op dik papier overtrekken met een lichtvenster, maar dat is omslachtig. Een betere oplossing is om de kleurplaat digitaal in te kleuren op een tablet, zoals beschreven op de tip over digitaal inkleuren. Dan heb je helemaal geen printer nodig en kun je je kleurplaat opslaan als PDF.
Wat past bij welk materiaal: een snelle keuzehulp
- Kleurpotlood of wasco: standaard copy-papier of 120 gsm. Potlood blijft goed liggen, en wasco dekt op dun papier prima.
- Viltstiften of gelpen: kies 160 tot 200 gsm. Stiften lekken minder snel door, en je kleurplaat blijft vlak.
- Acryl of dikke verf: cardstock of aquarelpapier. Zorg dat het papier minimaal 200 gsm is, anders golft het.
- Aquarel of ecoline: aquarelpapier van 200 gsm of dikker. Gewoon printpapier is hier echt te dun voor.
Let op: sommige stiften zijn op alcoholbasis en drukken door op vrijwel elk papier. Test altijd eerst op een klein hoekje voordat je je hele kleurplaat verpest.
Wie moet er juist iets anders doen?
Als je alleen af en toe een kleurplaat voor een kind print, blijf dan bij standaard copy-papier. Het is goedkoop, het print snel, en kinderen maken toch wel een prop als ze klaar zijn. Maar als je zelf graag kleurt met dure stiften of verf, of als je een kleurplaat wilt inlijsten, dan is het zonde om op dun papier te blijven zitten. Investeer dan in een pak van 160 gsm voor dagelijks gebruik en bewaar cardstock of aquarelpapier voor speciale projecten.
Ook voor kleurplaten in de klas geldt: gebruik dikker papier als de kinderen met stiften werken, en gewoon papier als ze potloden gebruiken. Dat scheelt een hoop doordruk en teleurstellingen. En als je echt geen zin hebt in gepruts met papier, overweeg dan om je kleurplaat digitaal in te kleuren; de site legt uit hoe dat werkt op de tip over digitaal inkleuren.
Tot slot: lees ook even de print-tips voordat je begint. Daar staat onder andere in hoe je de juiste afdrukinstellingen kiest, zodat je kleurplaat niet wordt afgesneden of te licht afgedrukt wordt. Zo haal je het beste uit je papier, welk gewicht je ook kiest.
Met de juiste papierkeuze wordt elke kleurplaat een succes, of je nu met potlood kleurt op een doorslagvel of met waterverf op een stevig aquarelblad. Kijk vooral eens rond op de thema-pagina en de fantasy-kleurplaten voor inspiratie, en bedenk van tevoren welk materiaal je wilt gebruiken. Dan pak je precies het juiste vel.