Begin altijd met de lichtste kleur die je wilt gebruiken en bouw langzaam op naar donkerder tinten. Dat geldt dubbel voor Mario’s rode pet en overall: als je daar direct donkerrood neerzet, krijg je geen diepte meer. Door met oranje of lichtrood te starten en de randen met karmijnrood te verdonkeren, krijgt het geheel meteen volume. En het is nog makkelijker dan je denkt – je hoeft alleen maar in laagjes te denken.
Kies de juiste kleuren voor elk onderdeel
Mario heeft een vast palet, en daarmee haal je al heel veel uit je kleurplaat. Zijn pet, shirt en overall zijn helder rood, zijn broek en schoenen diepblauw, en zijn huid is een warme perzikkleur. Zijn snor en wenkbrauwen zijn donkerbruin of zwart, en de knopen op zijn overall zijn geel. Gebruik voor de schaduw van het rood een donkerder rood of zelfs een beetje paars, en voor het blauw een donkerder marineblauw. Zo blijft het herkenbaar zonder dat het vlekkerig wordt.
Voor Luigi geldt hetzelfde, maar dan met groen in plaats van rood. Kies een frisse grasgroen voor zijn pet en shirt en donkergroen voor de schaduwen. Zijn broek is paars of blauw, afhankelijk van de afbeelding. Als je een pagina met meerdere personages inkleurt, zoals bij Mario en Sonic kleurplaten, houd dan rekening met de originele kleuren zodat elk figuur duidelijk blijft.
Welk materiaal werkt het beste voor Mario kleurplaten?
Dat hangt af van het effect dat je wilt. Kleurpotloden geven de meeste controle en zijn ideaal voor de felle, egale vlakken van Mario’s kleding. Je kunt er prachtig mee vervagen voor schaduwen, zoals uitgelegd wordt in deze tip over kleurpotlood vervagen. Stiften geven een veel feller en egaler resultaat, maar daar moet je wel snel mee werken om strepen te voorkomen. Wasco is minder geschikt voor fijne details zoals Mario’s ogen of het kleine vraagtekenblokje, maar voor een jonge beginner is het prima.
Wil je het beste van beide? Combineer dan stiften voor de grote vlakken en kleurpotlood voor de details en schaduwen. Kies je voor alleen potlood, lees dan eerst even over welk materiaal het beste is voor kleurplaten. Zo weet je zeker dat je het juiste gereedschap bij de hand hebt.
Let op deze details voor een herkenbaar resultaat
Mario’s gezicht is klein maar heel bepalend. Zijn snor moet niet te dik of te dun worden; volg gewoon de lijnen van de kleurplaat. Zijn ogen zijn zwart met een witte glinstering, en zijn wenkbrauwen zitten vaak net boven de ogen. Zijn neus is groot en rood, met een lichtere glans erop als je durft. Vergeet ook de ‘M’ op zijn pet niet – die is meestal wit of geel, en als je die netjes inkleurt, wordt je tekening direct herkenbaar.
Bij de paddenstoelen en bloemen in de omgeving kun je het beste de klassieke kleuren aanhouden: rode paddenstoel met witte stippen en groene steel, of een oranje bloem met groene blaadjes. Voor de Mario Paddenstoel kleurplaten geldt dat de stippen wit moeten blijven, dus kleur daar omheen of gebruik een witte gelpen om ze opnieuw aan te brengen.
Stap-voor-stap: een typische Mario actiepagina inkleuren
Kies een pagina waar Mario springt of rent, bijvoorbeeld uit de categorie Super Mario 3D Wereld. Volg dan deze stappen:
- Begin met de achtergrond. Houd die heel licht, zodat Mario eruit springt. Gebruik bijvoorbeeld een lichtblauwe of gele lucht, zonder te veel druk op je potlood.
- Kleur daarna de grote vlakken van Mario. Zet eerst een egale basiskleur op zijn rode pet, shirt en overall. Laat het wit van zijn ogen en knopen open.
- Voeg schaduwen toe. Gebruik een donkerder rood en blauw aan de onderkant van de armen, benen en onder de pet. Werk van donker naar licht en gebruik een blender of een tissue om te vervagen.
- Werk de details bij. Kleur de snor, wenkbrauwen en ogen met zwart of donkerbruin. Zet een klein wit stipje in de ogen voor de glinstering. Kleur de ‘M’ op de pet en de knopen op de overall geel.
- Controleer de randen. Ga met een fijn potlood of een dunne stift langs de buitenlijnen van Mario om alles strak te houden. Dit maakt het geheel direct netter.
Deze aanpak werkt ook voor andere varianten, zoals Baby Mario kleurplaten of IJs Mario kleurplaten, al moet je bij Baby Mario de verhoudingen anders aanpakken (groter hoofd, kleinere ledematen). Bij IJs Mario kun je juist meer blauwtinten en witte glinsteringen gebruiken voor een koud effect.
Welke kleurplaten kun je het beste eerst proberen?
Begin met een pagina met grote vlakken en weinig kleine details, zoals een Mario Gezicht kleurplaat of een simpele paddenstoel. Die zijn ideaal om je techniek te oefenen zonder dat je meteen de hele wereld van het rijk moet invullen. Daarna kun je doorgaan naar een actiepagina met Mario en zijn vrienden, bijvoorbeeld uit de categorie Mario en Sonic. Zo bouw je rustig op naar de meer complexe pagina’s met meerdere personages en achtergronden, zoals die in Papier Mario kleurplaten of Mario Tussen Ons.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze vermijdt
Een veelgemaakte fout is om te hard op je potlood te drukken. Daardoor krijg je strepen en kun je niet meer vervagen. Oefen op een kladblaadje en gebruik een lichte druk, vooral in het begin.
Een andere fout is het inkleuren van de witte delen van Mario’s ogen of de stippen op de paddenstoelen. Laat die gewoon wit of gebruik een witte gelpen achteraf. Ook het overschrijden van de lijnen is iets wat veel beginnende kleurders doen; los dat op door eerst de randen te kleuren en daarna pas het midden.
Tot slot: vergeet niet om af en toe een stap terug te doen en je werk van een afstandje te bekijken. Zo zie je beter of de kleuren goed bij elkaar passen en of de schaduwen kloppen. Meer inspiratie over kleurencombinaties vind je in deze uitleg over kleuren kiezen. En als je ook schaduwen wilt toevoegen, lees dan eerst hoe je schaduwen en diepte aanbrengt.
Met deze aanpak haal je het beste uit elke Mario kleurplaat, of je nu voor de klassieke rode pet gaat of voor een moderne variant zoals Mario Wonder. Veel succes en vooral veel plezier met het inkleuren van al die vrolijke scènes uit het paddenstoelenrijk!