Pak een kleurplaat van een eikeltje of een margriet en kijk eerst naar de lijnen. Natuuronderwerpen lijken eenvoudig, maar de magie zit in de details: een blaadje heeft niet één groene kleur, en een wolk is zelden puur wit. Begin daarom met de lichtste kleur die je ziet, en bouw langzaam op. Zo houd je controle en kun je altijd nog donkerder maken. Werk je liever met stiften? Test dan eerst op een kladje of de kleur door het papier heen slaat. Bij dikker printpapier van 160 gram of meer kun je meestal gerust nat-in-nat werken, maar bij dunner papier kies je beter voor potlood of wasco.

Kleuren kiezen die bij de natuur passen

Natuur is zelden één vlakke kleur. Een grasveld heeft geelgroene, donkergroene en zelfs bruine stukken. Een bloemblaadje van een hibiscus of lelie heeft vaak een lichtere rand en een donker hart. Gebruik daarom altijd meerdere tinten van dezelfde kleurfamilie. Kijk op de site Kleuren kiezen die mooi bij elkaar passen voor eenvoudige combinaties die altijd werken: warme geel- en oranje tinten bij zonsondergangen, koele blauw- en groentinten bij water en schaduw.

  • Bladeren en bomen: gebruik niet alleen groen, maar ook geel, oker en bruin voor schaduw en herfstbladeren.
  • Bloemen: kies voor elke bloem een lichte en een donkere variant van dezelfde kleur. Een rode roos krijgt donkerrode randen en een lichtroze hart.
  • Lucht en wolken: wolken zijn wit, maar met een vleugje lichtblauw of grijs aan de onderkant krijgen ze volume. Gebruik voor een Wolk kleurplaat een lichtblauwe lucht en laat het papier wit voor de wolk zelf.
  • Water en zee: bouw op met lichtblauw, turkoois en donkerblauw. Laat het wit van het papier staan voor schuim en glinstering.
  • Dieren en insecten: kijk naar de echte kleuren, maar overdrijf gerust. Een vlinder mag feller dan de natuur, een eekhoorn krijgt juist zachte bruintinten.

Welk materiaal werkt het beste voor natuurkleurplaten?

Voor natuuronderwerpen is kleurpotlood de veiligste keuze, omdat je ermee kunt vervagen en laagjes kunt aanbrengen. Wil je meer verzadiging, dan zijn stiften ideaal voor grote vlakken zoals een lucht of een grasveld. Wasco is minder geschikt voor fijne details zoals meeldraden of nerfjes, maar perfect voor een snelle, vrolijke inkleuring. Kijk op Potlood, stift of wasco: wat is het beste voor kleurplaten? voor een uitgebreide vergelijking. Als je met potlood werkt, oefen dan eerst op een kladje om te zien hoe hard je moet drukken. Zachte potloden (zoals 2B of 4B) geven snel donkere kleuren, maar harde potloden (H of 2H) zijn beter voor kleine details zoals haartjes of nerven.

Stap voor stap: een bos kleurplaat inkleuren

Neem een Bos kleurplaat met een paar bomen, een pad en misschien een eekhoorn of vogel. Dit is een ideaal startpunt omdat je niet te veel kleine onderdelen hebt. Volg deze volgorde:

Stap 1: Begin met de lucht en de achtergrond

Kleur de lucht lichtblauw met horizontale bewegingen. Laat rond de boomtoppen wat wit over voor licht dat door de bladeren valt. Gebruik voor de achtergrond een heel licht groen of geelgroen, zodat de bomen op de voorgrond straks donkerder lijken.

Stap 2: Kleur de bladeren in laagjes

Kleur de bladeren niet in één keer vol. Gebruik eerst een licht geelgroen voor de bovenkant van de boomkruin, en ga daarna met een donkerder groen over de onderkant. Laat tussen de bladeren kleine witte puntjes open. Zo lijkt het bladerdek luchtig en levendig.

Stap 3: Werk de stammen en takken

De stammen zijn zelden egaal bruin. Gebruik lichtbruin voor de zonnige kant en donkerbruin of grijsbruin voor de schaduwkant. Teken met een scherp potlood verticale lijnen voor de schors. Als je een Eikel kleurplaat of een Druif kleurplaat later inkleurt, geldt dezelfde truc: laat de lichtbron aan één kant.

Stap 4: Voeg details toe aan de voorgrond

Kleur gras met korte, opwaartse streepjes in plaats van horizontale vegen. Gebruik twee of drie groentinten door elkaar. Voor bloemen of paddenstoelen op de voorgrond kies je felle kleuren die afsteken tegen het groen, zoals rood of oranje. Dat trekt het oog naar het midden van de tekening.

Stap 5: Breng schaduw en diepte aan

Schaduw is wat een platte kleurplaat laat knappen. Kijk op Schaduwen en diepte aanbrengen in kleurplaten voor algemene technieken. Bij een bos ligt de schaduw meestal onder de bomen en aan de rechter- of linkeronderzijde van objecten. Gebruik een donkerdere versie van de basiskleur, niet zwart. Voor een pad gebruik je grijs of bruin in plaats van zwart, anders wordt het vies.

Welke natuurkleurplaten kun je het beste eerst pakken?

Niet elke kleurplaat is even makkelijk om mooi te krijgen. Begin met onderwerpen met grote vlakken en weinig kleine details, zoals een Zonnige Dag kleurplaat of een Gras kleurplaat. Die laten je oefenen met kleurovergangen en schaduw zonder dat je meteen heel precies hoeft te werken. Daarna kun je doorstromen naar een Bloem Vlinder kleurplaat of een Hibiscus kleurplaat, waar je met felle kleuren en patronen aan de slag kunt. Voor een uitdaging met veel verschillende texturen is een Onderwater Oceaan kleurplaat of een Koraalrif kleurplaat ideaal: je kunt daar alle kanten op met blauw, groen, roze en paars.

Heb je kinderen die meedoen? Laat hen eerst een Lente Dier kleurplaat of een Boerderij kleurplaat inkleuren. Die hebben vaak grotere vlakken en herkenbare vormen, waardoor ze minder snel gefrustreerd raken. Voor volwassenen of ervaren kleurders zijn juist de Molen kleurplaten of Egypte kleurplaten een mooie uitdaging vanwege de architectonische details en de vele kleine vlakjes.

Veelgemaakte fouten bij natuur kleurplaten

De grootste fout is om alles met dezelfde kleur in te vullen. Een Margriet kleurplaat wordt bijvoorbeeld pas mooi als je het hart geelbruin kleurt en de blaadjes wit laat met een lichtgele of lichtgrijze schaduw aan de onderkant. Een tweede fout is het gebruik van zwart voor schaduw. Kies in plaats daarvan voor donkerblauw, donkergroen of donkerpaars, afhankelijk van de sfeer. Een derde fout is te hard drukken met potlood. Dat maakt strepen die je niet meer weg kunt werken. Oefen op een kladje en gebruik voor grote vlakken een zachte beweging.

Zo pak je een lastige kleurplaat aan

Sommige natuurkleurplaten, zoals een Schelp kleurplaat of een Nationaal Park kleurplaat, hebben veel kleine onderdelen. Verdeel de tekening in vieren en kleur elk deel apart af. Werk altijd van boven naar beneden en van links naar rechts, zodat je niet met je hand over gekleurde vlakken veegt. Gebruik een stukje papier onder je hand als je met potlood werkt. En als je een fout maakt? Gebruik dan een gum of laat het drogen en ga er met een lichtere kleur overheen.

Wil je meer weten over hoe je kleuren op elkaar kunt afstemmen of hoe je vervaagt met potlood, kijk dan op Kleurpotlood vervagen op een kleurplaat en Dieren kleurplaten inkleuren. Die technieken werken ook voor bloemen, bomen en landschappen. Voor algemene tips over categorieën en thema's kun je terecht bij Kleurplaten Thema's: categorieën en tips.

Als je nog niet weet waar je wilt beginnen, blader dan door de Natuur kleurplaten en kies een pagina met een onderwerp dat je aanspreekt. Een Lelie Bloem kleurplaat of een Zandkasteel kleurplaat zijn allebei goed te doen, zolang je maar rustig aan doet en geniet van het proces. Pak een kleurplaat die je uitdaagt, maar niet overweldigt, en werk in kleine stapjes van licht naar donker. Zo wordt elke natuurkleurplaat een klein kunstwerk. En vergeet niet: oefening baart kunst, dus pak gerust nog een tweede of derde pagina uit dezelfde categorie.