Begin met de gezichten. Bij Toy Story kleurplaten ligt de expressie van Woody, Buzz of Jessie in hun ogen en mond, en die kleur je het eerst in met potlood. Waarom? Omdat je dan de rest van de kleurplaat eromheen kunt zetten zonder dat je per ongeluk uit de lijntjes gaat bij de belangrijkste details. Pak een fijn potlood, bijvoorbeeld een HB of 2B, en werk van daaruit verder.
Kies de juiste kleuren voor Woody, Buzz en Jessie
Elk personage heeft een vaste kleurenset die je herkent, en die kun je gewoon gebruiken. Woody is bruin, geel en rood: zijn cowboyhoed is bruin, zijn vest is geel met een rood-wit geblokt shirt eronder. Buzz Lightyear is wit, groen en paars, met paarse accenten op zijn armen en een groene buik. Jessie is dan weer rood met wit gevlekt, met een blauw-witte hoed en groene laarzen. Gebruik die kleuren als basis en je kleurplaat ziet er meteen herkenbaar uit.
Voor de achtergrond kun je variëren. Is het een scène in de ruimte? Gebruik dan donkerblauw en paars voor de lucht, met gele of witte sterren. Is het een scène in het huis van Andy? Kies dan warme bruinen en zachte blauwen voor de muren en de vloer. Zo creëer je sfeer zonder dat je veel extra werk hebt.
Welke materialen werken het best voor Toy Story kleurplaten?
Voor de grote vlakken, zoals de buik van Buzz of de hoed van Woody, werken kleurpotloden het best. Ze geven je controle over de druk en je kunt ze makkelijk vervagen. Wil je felle, vlakke kleuren zoals in de films? Gebruik dan stiften voor de grote delen en potlood voor de details. Wasco is ook prima, maar dan krijg je juist een grovere textuur die goed past bij de houten look van Woody.
Als je met stiften werkt, kies dan een set met meerdere tinten van dezelfde kleur. Zo kun je schaduw aanbrengen in de plooien van Buzz zijn ruimtepak of in het haar van Jessie. Voor de kleinste details, zoals de ogen of de vingernagels van Rex, is een fijne stift of een puntig potlood onmisbaar. Kijk anders eens naar de uitleg over potlood, stift of wasco om te zien wat bij jouw stijl past.
Let op deze details bij Toy Story kleurplaten
De herkenbaarheid zit in de details, niet in de grote vlakken. Bij Woody is dat zijn gezicht met de bruine wenkbrauwen en het touwtje in zijn hoed. Bij Buzz zijn het de paarse kin en de groene ringen op zijn buik. Bij Jessie zijn het de rode vlechten en de witte sproetjes op haar neus. Kleur die kleine onderdelen rustig in, en gebruik een donkerder tint van dezelfde kleur om een randje te zetten. Dat geeft diepte zonder dat je extra lijnen hoeft te tekenen.
Ook de schaduwen maken het verschil. Kies een lichtbron, bijvoorbeeld van bovenaf, en kleur de onderkant van armen, benen en hoeden iets donkerder. Dat kan met een grijs of met een donkerdere kleur van het vlak zelf. Wil je precies weten hoe je dat aanpakt? Lees dan de uitleg over schaduwen en diepte aanbrengen en oefen op een kladje.
Stap-voor-stap: een Toy Story kleurplaat mooi inkleuren
Kies een kleurplaat met één groot personage, bijvoorbeeld een van de Buzz Lightyear kleurplaten of een van de Woody kleurplaten. Volg daarna deze stappen:
- Kleur de huid en het gezicht als eerste. Gebruik een lichte huidskleur voor Woody en Jessie, en een witte of lichtgrijze basis voor Buzz zijn kin en gezicht. Laat de ogen wit en kleur de pupillen later in.
- Doe daarna de grote kledingstukken. Kleur het vest van Woody geel, de broek van Buzz paars en de jurk van Jessie rood. Gebruik lange, gelijkmatige bewegingen en ga twee keer over dezelfde richting.
- Voeg de details toe met een fijn potlood. Denk aan het geblokte shirt van Woody, de groene ringen op Buzz zijn buik en de vlechten van Jessie. Gebruik hiervoor een donkerdere tint en blijf binnen de lijntjes.
- Breng schaduwen aan op de randen. Kies een lichtbron en kleur de onderkant van de hoed, de armen en de benen donkerder. Gebruik een potlood of een stift in een donkerdere tint.
- Kleur de achtergrond af. Is het een ruimtescène? Kleur de achtergrond donkerblauw en voeg witte sterren toe. Is het een kamer? Gebruik warme bruinen en zachte blauwen. Laat de achtergrond licht genoeg zodat het personage eruit springt.
- Zet de laatste accenten. Ga met een zwart of donkerbruin potlood langs de buitenlijnen van de ogen en de mond. Dat geeft meer expressie. Controleer of je geen witte vlekjes bent vergeten.
Waar kun je het beste beginnen?
Begin met een simpele kleurplaat met één personage en een rustige achtergrond. De Rex kleurplaten zijn ideaal om te oefenen met groene tinten en schaduwen, terwijl de Slinky Hond kleurplaten goed werken voor het inkleuren van gladde, ronde vormen. Wil je juist uitdaging? Probeer dan een Zurg kleurplaat met zijn donkere pantser en paarse accenten, of ga voor een Jessie kleurplaat met veel haar en textuur.
Als je meerdere personages op één pagina wilt, bijvoorbeeld bij Toy Story 3 kleurplaten, kies dan eerst de grootste vorm en werk van achter naar voren. Zo voorkom je dat je over de lijntjes van een ander personage kleurt. En als je twijfelt over kleuren die bij elkaar passen, kijk dan eens naar de tips over kleuren kiezen die mooi bij elkaar passen of over kleurpotlood vervagen voor een zachtere overgang.
De meest gemaakte fout bij Toy Story kleurplaten
De grootste fout is dat je de donkere kleuren te snel aanbrengt. Veel mensen beginnen met het zwart van Buzz zijn haar of het donkerbruin van Woody zijn hoed, en dan is het moeilijk om daarna nog lichte kleuren ernaast te zetten zonder dat het vlekkerig wordt. Los dit op door altijd eerst de lichtste kleuren te doen en de donkerste tinten als laatste. Zo blijf je controle houden over de helderheid en kun je nog corrigeren waar nodig. Begin dus met het gezicht, werk naar de kleding en eindig met de donkere randen en schaduwen. Dan wordt elke Toy Story kleurplaat vanzelf een plaatje om trots op te zijn.